goudzoeker
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- goud·zoe·ker
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | goudzoeker | goudzoekers |
| verkleinwoord | goudzoekertje | goudzoekertjes |
Zelfstandig naamwoord
goudzoeker m
- (beroep) iemand die op zoek is naar goud
- iemand die op zoek is naar een goede kans (bv om rijk mee te worden)
- (pejoratief) iemand die op zoek is naar een rijke huwelijkspartner