gong

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Javaanse danseressen bij een gamelan-orkest met gong
Foto: Tropenmuseum of the Royal Tropical Institute (KIT)

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gong
Woordherkomst en -opbouw
  • Uit het Maleis
enkelvoud meervoud
naamwoord gong gongs
verkleinwoord gongetje gongetjes

Zelfstandig naamwoord

gong m

  1. (muziekinstrument) een hangend slagwerk
    De gong is één van de instrumenten van het gamelan-orkest.
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Engels

Zelfstandig naamwoord

gong

  1. (muziekinstrument) gong


Frans

Zelfstandig naamwoord

gong

  1. (muziekinstrument) gong


Italiaans

Zelfstandig naamwoord

gong

  1. (muziekinstrument) gong


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • gong
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Maleisisch.

Zelfstandig naamwoord

gong

  1. (muziekinstrument), (afkorting), (verkorting) gong
Verbuiging
Schrijfwijzen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • gong
Woordherkomst en -opbouw
  • [A] Afkomstig van het Nynorske werkwoord gange.
  • [B] Afkomstig uit het Maleisisch.

Zelfstandig naamwoord

[A] gong

  1. eenmaal, eens, keer, maal
    «Det var ein gong ein konge.»
    Er was eens een koning.
  2. keer
    «Noreg er åtte gonger så stort som Danmark.»
    Noorwegen is acht keer zo groot als Denemarken.
    «Noreg er åtte gonger større enn Danmark.»
    Noorwegen is acht keer groter dan Denemarken.
Verbuiging
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: førre gongen
laatste keer
  • [1]: neste gong
volgende keer
Typische woordcombinaties
  • [2]: 3 gonger 3 er 9
3 keer 3 is 9

Zelfstandig naamwoord

[B] gong

  1. (muziekinstrument), (afkorting), (verkorting) gong
Verbuiging
Schrijfwijzen
Uitdrukkingen en gezegden
  • slå på gongen
de gong bespelen


Pools

Zelfstandig naamwoord

gong

  1. (muziekinstrument) gong


Sloveens

Zelfstandig naamwoord

gong

  1. (muziekinstrument) gong.


Spaans

enkelvoud meervoud
gong gongs

Zelfstandig naamwoord

gong

  1. (muziekinstrument) gong.


Zweeds

Zelfstandig naamwoord

gong

  1. (muziekinstrument) gong.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen