godsdienstig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gods·dien·stig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen godsdienstig godsdienstiger godsdienstigst
verbogen godsdienstige godsdienstigere godsdienstigste

Bijvoeglijk naamwoord

godsdienstig

  1. zich op het religieuze richtend
    Hij is na die ervaring een stuk godsdienstiger geworden.
  2. op de godsdienst betrekking hebbend
    Zelfs de koning woonde deze godsdienstige plechtigheid bij.
Vertalingen