gniffelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gnif·fe·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gniffelen
gniffelde
gegniffeld
zwak -d volledig

Werkwoord

gniffelen

  1. (inergatief) wat onderdrukt plezier hebben
    Hij gniffelde een beetje, maar trok zijn gezicht weer snel in de plooi.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen