gluren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- glu·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| gluren /ˈɣlyːrə(n)/ |
gluurde /ˈɣlyːrdə/ |
gegluurd /ɣəˈɣlyːrt/ |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
gluren
- (inergatief) in het geheim aandachtig naar iemand kijken
- Onze kat zit verdacht vaak naar de parkiet te gluren.
Vertalingen
1. in het geheim aandachtig naar iemand kijken