glimlachen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: glimlachen (hulp, bestand)
- IPA: /'ɣlɪmlɑχən/
Woordafbreking
- glim·la·chen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| glimlachen |
glimlachte |
geglimlacht |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
glimlachen
- (inergatief) zacht onhoorbaar lachen
Vertalingen
1. zacht onhoorbaar lachen
Zelfstandig naamwoord
glimlachen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord glimlach