glimlach
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- glim·lach
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | glimlach | (glimlachen) |
| verkleinwoord | (glimlachje) | (glimlachjes) |
Zelfstandig naamwoord
glimlach m
- een gelaatsuitdrukking die een geluidloze lach verraadt
Vertalingen
1. een gelaatsuitdrukking die een geluidloze lach verraadt
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| glimlachen |
glimlach
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van glimlachen
- Ik glimlach.
- gebiedende wijs van glimlachen
- Glimlach!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van glimlachen
- Glimlach je?