glijden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- glij·den
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| glijden |
gleed |
gegleden |
| klasse 1 | volledig | |
Werkwoord
glijden
- (ergatief) met geringe wrijving gericht voortschuiven.
- Ze waren op hun sleetje van het taluud gegleden.
- (inergatief) met geringe wrijving voortschuiven.
- Hij heeft maar een klein stukje gegleden.