glazuur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • gla·zuur

Werkwoord

vervoeging van
glazuren

glazuur

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van glazuren
    Ik glazuur.
  2. gebiedende wijs van glazuren
    Glazuur!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van glazuren
    Glazuur je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen