glazuren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- gla·zu·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| glazuren |
glazuurde |
geglazuurd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
glazuren
- (overgankelijk) met een laag glazuur bedekken
- Die schaal moet eerst nog geglazuurd worden.
- (overgankelijk), (kookkunst) met een laag glanzende suiker bedekken
- Deze taart is prachtig geglazuurd.
Synoniemen
- [2] glaceren
Vertalingen
1. met een laag glazuur bedekken