glazuren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gla·zu·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
glazuren
glazuurde
geglazuurd
zwak -d volledig

Werkwoord

glazuren

  1. (overgankelijk) met een laag glazuur bedekken
    Die schaal moet eerst nog geglazuurd worden.
  2. (overgankelijk), (kookkunst) met een laag glanzende suiker bedekken
    Deze taart is prachtig geglazuurd.
Synoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen