glaceren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- gla·ce·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| glaceren |
glaceerde |
geglaceerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
glaceren
- (overgankelijk), (kookkunst) met een laag glanzende suiker bedekken