gister

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gis·ter

Bijwoord

gister

  1. de laatste dag die voltooid is
    Hij kwam gister langs.
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /ɣɪstɐ(r)/ (Etsbergs)

Bijwoord

gister

  1. gister

Zelfstandig naamwoord

gister o

  1. de vorige dag.
    «Dae koom 'd gistere
    Hij kwam de vorige dag.
Verbuiging
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen