gissen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- gis·sen
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig uit de scheepvaart. Door het werpen van een stuk hout in water bij de boeg en tellen hoeveel seconden het langs het achterschip drijft, kon bij benadering de snelheid worden bepaald.
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| gissen |
giste |
gegist |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
gissen
- een vermoeden uitspreken over iets
- Meten is weten, gissen is missen.
Synoniemen
Vertalingen
1. een vermoeden uitspreken over iets
Zelfstandig naamwoord
gissen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord gis