gis
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- gis
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gis | gissen |
| verkleinwoord | gisje | gisjes |
Zelfstandig naamwoord
- (muziek) een halve toon verhoogde toon "g"
- De toon “gis” klinkt in de getempereerde stemming gelijk aan de toon “as”.
- (muziek) de grondtoon (tonica) van de “gis-mineurtoonladder”, tevens een korte aanduiding van die toonladder
- Op de notenbalk van een vioolsonate in gis, staan vijf kruisen als voortekens.
- (muziek) de grondtoon van het “gis-mineurakkoord”, de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de kleinetertstoonladder op die toon
- De drie tonen van het gis-mineurakkoord (symbool: G#m) in grondligging, zijn: gis - b - dis.
Synoniemen
- [1] as
- [2] gis-kleinetertstoonladder, gis-klein, gis-mineurtoonladder, gis-mineur
- [3] gis-klein, gis-kleinakkoord, gis-mineur, gis-mineurakkoord, G#m
Antoniemen
- [1] ges
- [2] Gis, Gis-groot, Gis-majeur, Gis-grotetertstoonladder
- [3] Gis, Gis-groot, Gis-majeurakkoord
Verwante begrippen
Vertalingen
2. gis-kleinetertstoonladder
3. gis-mineurgrondakkoord
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| gissen |
gis
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gissen
- Ik gis.
- gebiedende wijs van gissen
- Gis!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gissen
- Gis je?
Duits
Uitspraak
Woordafbreking
- gis
Zelfstandig naamwoord
gis o
- (muziek) de toon ”gis”
- (muziek) gis: korte aanduiding van de toonaard “gis-mineur”
- «Eine Sonate in gis.»
- Een sonate in gis kleine terts.
- «Eine Sonate in gis.»
Antoniemen
- [2] Gis, Gis-Dur, Gis-Dur-Tonleiter
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Afrikaans
| stamtijd | |
|---|---|
| infinitief | voltooid deelwoord |
| gis |
gegis |
| volledig | |
Zelfstandig naamwoord
gis
Afgeleide begrippen
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Muziek in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woorden in het Duits
- Zelfstandig naamwoord in het Duits
- Muziek in het Duits
- Woorden in het Afrikaans
- Niet-samengesteld werkwoord in het Afrikaans
- Werkwoord in het Afrikaans
- Zelfstandig naamwoord in het Afrikaans