giro
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- gi·ro
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | giro | giro's |
| verkleinwoord | girootje | girootjes |
Zelfstandig naamwoord
giro m
- (financieel), (economie) betaalsysteem vergelijkbaar met een bank
- de wielerronde van Italië
Hyponiemen
- [1] acceptgiro, autogiro, bankgiro, effectengiro, gemeentegiro, incassogiro, postgiro, stadsgiro, verzamelgiro, wisselgiro
Afgeleide begrippen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
Spaans
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| girar |
giro
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van girar.