gillen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈχɪlə(n)/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈɣɪlə(n)/
Woordafbreking
- gil·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| gillen |
gilde |
gegild |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
gillen
- een harde schelle ongearticuleerde uitroep slaken
- Hij gilde toen hij in het ravijn viel.
Vertalingen
1. een harde schelle ongearticuleerde uitroep slaken
Zelfstandig naamwoord
gillen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord gil