gezagvoerder
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ge·zag·voer·der
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gezagvoerder | gezagvoerders |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
gezagvoerder m
- (verkeer), (scheepvaart), (luchtvaart) een persoon op wie de hoogste verantwoordelijkheid rust aan boord van een vlieg- of vaartuig
- Omdat de gezagvoerder geveld werd door een ziekte, moest de eerste stuurman zijn taak overnemen.