gewond

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·wond
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gewond gewonder gewondst
verbogen gewonde gewondere gewondste

Bijvoeglijk naamwoord

gewond

  1. letsel hebbend
    Er zijn twee doden gevallen en veertien gewonde mensen zijn naar het ziekenhuis overgebracht.