gewennen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ge·wen·nen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| gewennen |
gewende |
gewend |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
gewennen
- (formeel) gewoon worden, vertrouwd raken, zich thuis gaan voelen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1.