gewaagd

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·waagd
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gewaagd gewaagder gewaagdst
verbogen gewaagde gewaagdere gewaagdste

Bijvoeglijk naamwoord

gewaagd [1]

  1. verbonden met een flink risico, gedurfd, riskant
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
gewagen

gewaagd

  1. voltooid deelwoord van gewagen

Deelwoord

deelwoord
onverbogen gewaagd
verbogen gewaagde
vervoeging van
wagen

gewaagd voltooid deelwoord van wagen

  1. vormt de voltooide tijden
    Zij hebben voor mij hun leven gewaagd.
  2. vormt de lijdende vorm
    Morgen wordt een nieuwe poging gewaagd.
  3. attributief gebruikt
    De brandweer moest een gewaagde actie ondernemen om de mensen uit het brandende huis te krijgen.
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal