geschut

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·schut
enkelvoud meervoud
naamwoord geschut -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

geschut o

  1. (militair) (gewoonlijk zwaar) oorlogsmateriaal waarmee projectielen kan worden geschoten
    Zij slaagden er eindelijk in het vijandige geschut het zwijgen op te leggen.

Werkwoord

vervoeging van
schutten

geschut

  1. voltooid deelwoord van schutten