geschut
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ge·schut
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | geschut | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
geschut o
- (militair) (gewoonlijk zwaar) oorlogsmateriaal waarmee projectielen kan worden geschoten
- Zij slaagden er eindelijk in het vijandige geschut het zwijgen op te leggen.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| schutten |
geschut
- voltooid deelwoord van schutten