geschieden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·schie·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
geschieden
geschiedde
geschied
zwak -d volledig

Werkwoord

geschieden

  1. (ergatief) werkelijkheid worden
    Wat er ook geschiedt, we blijven bij elkaar.
    Dit deel van de Bijbel beschrijft de wonderen die geschiedden in deze dagen.
Opmerkingen
  • Het werkwoord komt vrijwel alleen in de derde persoon enkel- en meervoud voor.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen