geruststellen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·rust·stel·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
geruststellen
stelde gerust
gerustgesteld
zwak -d volledig

Werkwoord

geruststellen

  1. (overgankelijk) iemands angst of zorgen ontzenuwen of minder aannemelijk maken
    Gelukkig kon hij haar geruststellen.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen