geruststellen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ge·rust·stel·len
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| geruststellen |
stelde gerust |
gerustgesteld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
geruststellen
- (overgankelijk) iemands angst of zorgen ontzenuwen of minder aannemelijk maken
- Gelukkig kon hij haar geruststellen.