gerei

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·rei
enkelvoud meervoud
naamwoord gerei -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gerei o

  1. benodigheden voor een bepaalde taak
    Hij wilde zich scheren en haalde zijn gerei uit zijn tas.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen