generalist

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • ge·ne·ra·list
enkelvoud meervoud
naamwoord generalist generalisten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

generalist m

  1. iemand die zich bezig houdt met de hoofdlijnen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen