gemet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·met
enkelvoud meervoud
naamwoord gemet gemeten
verkleinwoord (gemetje) (gemetjes)

Zelfstandig naamwoord

gemet o

  1. (eenheid) een oude oppervlaktemaat van ongeveer 0,4 ha
    Het woord "gemet" is nu met name bekend van het Zuid-Hollandse eiland Tiengemeten.