geluk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·luk
enkelvoud meervoud
naamwoord geluk gelukken
verkleinwoord gelukje gelukjes

Zelfstandig naamwoord

geluk o

  1. prettige loop van de omstandigheden
  2. prettige gemoedstoestand waarin men tevreden is met zichzelf en met de omgeving
Afgeleide begrippen
  • gelukkig
Vertalingen

Meer informatie