geluiddicht
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ge·luid·dicht
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | geluiddicht |
| verbogen | geluiddichte |
Bijvoeglijk naamwoord
geluiddicht
- zodanig geïsoleerd dat geluiden niet binnen kunnen dringen of de ruimte verlaten
- Deze kamer is een vrijwel geluiddichte ruimte.
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. zodanig geïsoleerd dat geluiden niet binnen kunnen dringen of de ruimte verlaten