gelijkmaken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·lijk·ma·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gelijkmaken
maakte gelijk
gelijkgemaakt
zwak -t volledig

Werkwoord

gelijkmaken

  1. (overgankelijk) egaliseren, vlak maken
    Begin april was men bezig met het storten van de ondergrond en het gelijkmaken ervan.
  2. (inergatief) (sport) een achterstand wegwerken
    In de tweede helft werd er toch nog 'gelijkgemaakt.
Uitdrukkingen en gezegden
  • met de grond gelijkmaken
volledig vernietigen
Vertalingen