geleider
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ge·lei·der
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | geleider | geleiders |
| verkleinwoord | (geleidertje) | (geleidertjes) |
Zelfstandig naamwoord
geleider m
- (natuurkunde) (elektrotechniek) materiaal met een naar verhouding hoog aantal beweeglijke ladingsdragers, waardoor het een elektrische stroom makkelijk doorlaat
- Metalen, maar ook zoutoplossingen zijn goede geleiders, zij het om verschillende redenen.
- (natuurkunde) materiaal dat iets anders doorlaat dan elektriciteit, zoals warmte of geluid, warmtegeleider
- De dokter smeerde wat gelei op haar buik als geleider voor de ultrasone trillingen.
- (techniek) elk van de delen van instrumenten die dienen om een ander deel in zijn beweging te geleiden
- persoon die wat geleidt
Synoniemen
Hyponiemen
|
|
|
|
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. elektrische stroomgeleider
2. warmtegeleider
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.