gelegenheid

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord gelegenheid gelegenheden
verkleinwoord
Woordafbreking
  • ge·le·gen·heid v
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

gelegenheid v

  1. mogelijkheid zijn tot.
  2. een zaak.
Verwante begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Andere talen