gelegenheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·le·gen·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gelegenheid gelegenheden
verkleinwoord gelegenheidje gelegenheidjes

Zelfstandig naamwoord

gelegenheid v

  1. mogelijkheid tot
    In het schema is er gelegenheid om een kop koffie te drinken.
  2. een zaak
    Weet jij een gelegenheid waar ik een nieuwe broek kan kopen?
Verwante begrippen
Vertalingen