gelegenheid
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: gelegenheid (hulp, bestand)
- IPA: /ɣǝ.'le.ɣǝn.ɦɛjt/, /ɣǝ.'le.ɣǝn.ɦɛdǝ(n)/
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gelegenheid | gelegenheden |
| verkleinwoord |
Woordafbreking
- ge·le·gen·heid v
Woordherkomst en -opbouw
Zelfstandig naamwoord
gelegenheid v
- mogelijkheid zijn tot.
- een zaak.
Verwante begrippen
Vertalingen
1.