geldig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gel·dig
stellend
onverbogen geldig
verbogen geldige
partitief geldigs

Bijvoeglijk naamwoord

geldig

  1. waarvan de waarde of wettigheid erkend wordt
    Deze postzegels zijn niet geldig meer.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen