gelast af
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- ge·last af
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| afgelasten |
gelast af
- enkelvoud tegenwoordige tijd van afgelasten
- gebiedende wijs van afgelasten
| vervoeging van |
|---|
| afgelasten |
gelast af