geknepen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·kne·pen

Deelwoord

deelwoord
onverbogen geknepen
verbogen geknepen
vervoeging van
knijpen

geknepen voltooid deelwoord van knijpen

  1. vormt de voltooide tijden
    Hij had zijn zusje geknepen.
  2. vormt de lijdende vorm
    Ze werd weer eens door haar broertje geknepen.
  3. attributief gebruikt
    Hij antwoordde met geknepen stem.
  4. bijwoordelijk gebruikt
    Dat is een bril die op de neus geknepen gedragen werd.