geheugen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- ge·heu·gen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | geheugen | geheugens |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
geheugen o
- het deel van de hersenen waarin herinneringen worden opgeslagen.
- Hij had niet zo'n goed geheugen, maar wist nog net dat hij een afspraak had.
- (informatica) snel toegankelijke plaats om data op te slaan waarin programma's worden opgeslagen die uitgevoerd worden.
- Het geheugen was bijna allemaal in gebruik, dus ging de computer niet gebruikte delen naar schijf wegschrijven.
Verwante begrippen
Vertalingen
1. het deel van de hersenen waarin herinneringen worden opgeslagen