geheugen

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • ge·heu·gen
enkelvoud meervoud
naamwoord geheugen geheugens
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

geheugen o

  1. het deel van de hersenen waarin herinneringen worden opgeslagen.
    Hij had niet zo'n goed geheugen, maar wist nog net dat hij een afspraak had.
  2. (informatica) snel toegankelijke plaats om data op te slaan waarin programma's worden opgeslagen die uitgevoerd worden.
    Het geheugen was bijna allemaal in gebruik, dus ging de computer niet gebruikte delen naar schijf wegschrijven.
Verwante begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen