geelzucht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • geel·zucht
enkelvoud meervoud
naamwoord geelzucht -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

geelzucht

  1. v/m
  2. een gelige gelaatskleur hebben, gewoonlijk als gevolg van hepatitis
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen