geduld
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ge·duld
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | geduld | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
geduld o
- de rust en bereidheid om te wachten
- Je zal toch echt meer geduld moeten zien op te brengen.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- Geduld is een schone zaak.
Je moet overal geduld voor hebben.
Vertalingen
1. de rust en bereidheid om te wachten
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| dulden |
geduld
- voltooid deelwoord van dulden