gedrocht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Gedrocht op schaatsen. (Jeroen Bosch)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·drocht
enkelvoud meervoud
naamwoord gedrocht gedrochten
verkleinwoord gedrochtje gedrochtjes

Zelfstandig naamwoord

gedrocht o

  1. wanstaltig wezen, monster, iets bijzonder lelijks
    In het computerspel moest de strijd aangebonden worden tegen boze tovenaars, trollen en andere gedrochten.