gedaante

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·daan·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Middelnederlandse bijvoeglijk naamwoord gedaen (eigenlijk het voltooid deelwoord van doen; "een zeker uiterlijk hebbend") met het achtervoegsel -te.
enkelvoud meervoud
naamwoord gedaante gedaanten, gedaantes
verkleinwoord gedaantetje gedaantetjes

Zelfstandig naamwoord

gedaante v

  1. een menselijk figuur
    Bovenop de heuvel verscheen een imposant gedaante.
  2. een uitwendige verschijning
    Zeus nam de gedaante van een zwaan aan.