gebouw

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·bouw
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van de stam van bouwen met het voorvoegsel ge-
enkelvoud meervoud
naamwoord gebouw gebouwen
verkleinwoord gebouwtje gebouwtjes

Zelfstandig naamwoord

gebouw o

  1. een constructie van enige omvang die verbonden is met de grond en waarin men kan wonen of werken
    Dit gebouw is in jugendstil opgetrokken.
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen