gebied

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

gebied o

  1. deel van het aardoppervlak.
  2. alle dingen die behoren tot een tak van onderwijs, kunst en wetenschap.
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

gebied

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gebieden.
  2. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gebieden
  3. gebiedende wijs van gebieden.
Persoonlijke instellingen