gebaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·baar
enkelvoud meervoud
naamwoord gebaar gebaren
verkleinwoord gebaartje gebaartjes

Zelfstandig naamwoord

gebaar o

  1. (communicatie) een beweging waarmee men iets wil zeggen
  2. (communicatie) een handeling waarmee men iets wil uitdrukken
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
gebaren

gebaar

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gebaren
    Ik gebaar.
  2. gebiedende wijs van gebaren
    Gebaar!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gebaren
    Gebaar je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen