gebaar
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ge·baar
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gebaar | gebaren |
| verkleinwoord | gebaartje | gebaartjes |
Zelfstandig naamwoord
gebaar o
- (communicatie) een beweging waarmee men iets wil zeggen
- (communicatie) een handeling waarmee men iets wil uitdrukken
Vertalingen
1. een beweging waarmee men iets wil zeggen
2. een handeling waarmee men iets wil uitdrukken
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| gebaren |
gebaar