ganglion

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gan·gli·on
enkelvoud meervoud
naamwoord ganglion gangliën
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ganglion ; m en o

  1. (medisch) zenuwknoop
  2. (medisch) een holte in of bij een gewrichtskapsel of peesschede die gevuld is met geelachtige glijstof
Vertalingen

Meer informatie


Engels

enkelvoud meervoud
ganglion ganglions
ganglia

Zelfstandig naamwoord

ganglion

  1. (medisch) ganglion.


Estisch

Zelfstandig naamwoord

ganglion

  1. (medisch) ganglion.


Frans

Zelfstandig naamwoord

ganglion

  1. (medisch) ganglion.


Noors

Zelfstandig naamwoord

ganglion

  1. (medisch) ganglion.


Zweeds

Zelfstandig naamwoord

ganglion

  1. (medisch) ganglion.