gaf door
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA:
- (Noord-Nederland): /χɑfˈdo̝ːr/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ɣɑvˈdoːr/
Woordafbreking
- gaf door
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| doorgeven |
gaf door
- enkelvoud verleden tijd van doorgeven
- Ik gaf door.
- Jij gaf door.
- Hij, zij, het gaf door.
- Ik gaf door.