fusilleren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- fu·sil·le·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| fusilleren |
fusilleerde |
gefusilleerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
fusilleren
- (overgankelijk) executeren voor een vuurpeloton
- In de Tweede Wereldoorlog werden er verzetsmensen op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd.