fusilleren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fu·sil·le·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
fusilleren
fusilleerde
gefusilleerd
zwak -d volledig

Werkwoord

fusilleren

  1. (overgankelijk) executeren voor een vuurpeloton
    In de Tweede Wereldoorlog werden er verzetsmensen op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen