funderen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- fun·de·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| funderen |
fundeerde |
gefundeerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
funderen
- (overgankelijk) (bouwkunde) een fundering aanbrengen
- (overgankelijk) overdrachtelijk een stel beweegredenen formuleren die als grondslag van iets dienen