functioneer
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- func·ti·o·neer
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| functioneren |
functioneer
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van functioneren
- Ik functioneer.
- gebiedende wijs van functioneren
- Functioneer!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van functioneren
- Functioneer je?