frustreerden
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- frus·treer·den
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| frustreren |
frustreerden
- meervoud verleden tijd van frustreren
- Wij frustreerden.
- Jullie frustreerden.
- Zij frustreerden.
- Wij frustreerden.