frons

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • frons
1,3 enkelvoud meervoud
naamwoord frons -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

2 enkelvoud meervoud
naamwoord frons fronsen
fronzen
verkleinwoord fronsje fronsjes

frons

  1. o (valkerij): een aandoening van keel, luchtpijp en krop veroorzaakt door een ééncellige parasiet (Trichomonas gallinae)
  2. v/m: rimpel in het gelaat, die vaak een uitdrukking van verbazing of ongeloof is
  3. o (dierkunde): deel van de kop van een insect gelegen tussen beide antennes
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
fronsen

frons

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van fronsen
    Ik frons.
  2. gebiedende wijs van fronsen
    Frons!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van fronsen
    Frons je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen