frauderen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • frau·de·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
frauderen
fraudeerde
gefraudeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

frauderen

  1. (inergatief) gelden wederrechtelijk ontvreemden
    Er is bij die zaak grof gefraudeerd.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen